De Rattenlijn

3 september 2020, Steenwijk

Hallo Yeme,

Het schrijven van dit boek brengt me op avontuurlijke plaatsen. Mijn meest recente aanwijzingen leiden me naar Cochamamba in Centraal-Bolivia. Nu houd ik er wel van om aanwijzingen achterna te reizen maar Cochamamba in Bolivia is toch wel wat ver. En nu met Corona ook niet handig trouwens.
Laat ik beginnen bij het begin.

Laag stamboeknummer
In 1933 raakt Sijbren in de ban van de nieuwe partij en hij sluit zich kort daarna aan bij de Nationaal Socialistische Beweging. Zó vroeg al lid zijn brengt later bepaalde voordelen met zich mee. Zo hebben de eerste duizend leden rechtstreeks toegang tot Mussert en kan men bij hem aankloppen voor hulp. Sijbren zit niet bij die eerste duizend, maar heeft wel een heel laag stamboeknummer. Dat nummer komt hem in 1944 goed van pas bij zijn rechtszaak en zorgt er voor dat via Mussert de advocaat Mr. A.J. Van Vessem ingeschakeld wordt. Van Vessem is persoonlijk raadsman en goede vriend van Mussert. Daar vertel ik je later nog wel eens over.

Oostfront
Sijbren bezoekt in de jaren '30 bijeenkomsten van de dan snel groeiende NSB en luistert gebiologeerd naar haar sprekers. Hier leert hij de Fries Wiegert Krikke kennen. In Wiegert vindt Sijbren een mede-idealist en ze kunnen het dan ook goed vinden. Stap voor stap omarmen ze het nationaal-socialistische gedachtengoed. Beide mannen zijn zeer actief binnen de beweging en tevens lid van de WA, de Weerbaarheidsafdeling. Hun echtgenotes staan pal achter hen en steunen de gemaakte keuzes.

Wanneer op 25 juni 1942 tijdens een opzwepende propagandasessie in de Harmonie te Leeuwarden de oproep klinkt om aan te melden voor het Oostfront, twijfelt het duo geen moment. Aanmelden!!!
Een maand later is er een groots afscheid en trots reizen ze op 30 juli 1942 in hun nieuwe SS-uniform naar Sennheim voor verdere opleiding. Na een paar weken training in Sennheim krijgt Sijbren een maagbloeding en wordt hij tot zijn grote teleurstelling afgekeurd. Nog geen vier weken na het feestelijke vertrek is hij terug in Leeuwarden. Geen moedige strijd aan het Oostfront voor hem.

In plaats daarvan probeert Sijbren zich nuttig te maken bij Frontzorg, een initiatief van Mussert om gezinnen van Oostfrontstrijders te ondersteunen. Gezinnen zoals de vrouw en dochter van Wiegert.
Daarnaast pakt hij zijn positie van walbaas terug bij rederij Stãnfries. Dat loopt niet helemaal soepel en na een aantal flinke escalaties krijgt Sijbren ontslag. Het is dan december 1942. De zoektocht naar een nieuwe baan zal hem enkele weken later naar Vlaardingen brengen.

Wiegert heeft de opleiding in Sennheim wel afgemaakt en is uitgezonden naar het Oostfront. In diezelfde december woedt er een grimmige strijd ten zuiden van Leningrad, nu Sint Petersburg. Met een langdurig beleg van de stad hoopt Hitler de stad uit te hongeren en tot overgave te dwingen. Het beleg start in september 1941 en eindigt met de Duitse terugtrekking in januari 1944. De slag om Leningrad gaat de geschiedenis in als één van de bloedigste van de Tweede Wereldoorlog met ontstellend veel slachtoffers. Wiegert zit op de eerste rang en vindt daar weinig idealisme vrees ik.

Sijbren woont net een paar weken met zijn gezin in Vlaardingen wanneer hij in maart 1943 in de VOVA (Volk & Vaderland, nationaal socialistische krant) een afschuwelijk bericht leest. Wiegert is gesneuveld aan het Oostfront, ten zuiden van Leningrad.
Zijn beste maat is er niet meer. Hij schrijft een lange emotionele brief aan Jacoba, de vrouw van Wiegert, waarin hij steun en soelaas biedt. Mocht zij of haar dochtertje ooit hulp nodig hebben, dan kunnen ze rekenen op Sijbren.

Hij schrijft: "En mocht u ooit moeilijkheden hebben met financien of wat dan ook, denk er dan eens aan dat ik te alle tijde voor u en uw dochtertje klaar sta. Want dit is het allerminste wat ik voor u zou kunnen doen, en Wieger zou ook nooit anders van mij verwachten."

Jacoba is ook actief lid van de NSB en ik vraag me af hoe het haar is vergaan. Hoe heeft ze zich gered zo zonder haar Wiegert? Onderzoek levert weinig op en ik besluit het anders aan te pakken. Wanneer ik passagierslijsten van emigrerende Nederlanders doorneem kom ik interessante aanwijzingen tegen. Jacoba is vlak na de oorlog hertrouwd met timmerman Klaas en heeft een uitweg gevonden.

Cochamamba
Met een paspoort dat reeds in 1950 is verlopen weet Jacoba in 1952 een doorreisvisum te krijgen voor Brazilië. Haar nieuwe man Klaas gaat met haar mee, ook op een verlopen paspoort. Op de visumaanvraag geeft Jacoba aan zonder kinderen onder de 18 te reizen. Dat is vreemd.
Haar dochter, dan net 15 jaar, reist op een eigen visum. Op papier lijkt het alsof het meisje alleen de oversteek waagt. Op 28 juli 1952 reist het trio met de oceaanstomer 'Highland Chieftain' naar Rio De Janeiro. Zodra Klaas, Jacoba en dochter in Rio zijn aangekomen, reizen ze door naar hun eindbestemming: Cochamamba in Bolivia.

Volgens onderzoek zijn na de oorlog circa veertigduizend oud-nazi's naar Zuid-Amerika uitgeweken. Het merendeel woont in Chili, Argentinië, Brazilië, Paraguay en Bolivia, veelal ondergedoken in reeds lang bestaande kolonies van Duitse immigranten. Via de Rattenlijn vindt o.a. 'De slager van Lyon' Klaus Barbie een nieuw thuis in Cochamamba. In alle vrijheid woont hij daar meer dan 30 jaar onder zijn schuilnaam Klaus Altman. De Rattenlijn is de naam van de route die veel nazi''s gebruiken om na afloop van de Tweede Wereldoorlog van Europa naar Zuid-Amerika te vluchten. Naar verluidt weet ook Adolf Eichman zo zijn weg naar Cochamamba te vinden.

Wie zou Jacoba hebben geholpen met haar visum? Wat voor leven heeft ze opgebouwd in Cochamamba? In welke gemeenschap heeft ze haar plek gevonden? Vragen waar ik nu nog geen antwoord op heb. Het verhaal schetst een beeld van de gemeenschap waar Sijbren in verkeert, over de mogelijkheden binnen het Nazi-netwerk en de wijze waarop men elkaar helpt. Het vraagt om nader onderzoek. Reizen naar Bolivia is nu nog wat te ver, eerst terug de archieven in op zoek naar meer informatie.

Highland Chieftain
Op 28 juli 1952 schepen Jacoba, haar dochter en Klaas zich in op de Highland Chieftain, klaar voor een nieuwe toekomst in Zuid-Amerika. De oceaanstomer is in 1929 gebouwd door Harland & Wolf in Belfast. Na een aantal testvaarten is het 163 meter lange schip klaar voor de pendeldienst tussen Londen en Buenos Aires. De luxe 1e klas hutten zijn goed voor 150 passagiers, de 2e klas herbergt 70 passagiers en de 3e klas ruim 500. Die laatste groep heeft vast en zeker minder ruimte. In 1939 wordt het schip ingezet voor het verplaatsen van de troepen en raakt dan zwaar beschadigd tijdens een bombardement op Liverpool. Na de oorlog hervat de Highland Chieftain in 1948 opnieuw haar pendeldienst tussen Europa en Zuid-Amerika. Menig oud-nazi vaart met haar mee.

Albatros
In de vroege zomer van 1959 vervoert het schip een lading met levende have voor een dierentuin in Duitsland. Een deel van deze lading bestaat uit vogels waaronder een grote zeevogel, de albatros. Voor zeelui is de albatros een symbool van vriendschap. Je mag de vogel niet kwetsen of lastigvallen, dat brengt ongeluk. Er valt niet te spotten met het bijgeloof van een zeeman, dat blijkt al snel.
Vlak voordat het schip de haven binnenloopt, krijgt de albatros verkeerd voer en sterft hij. Het is dan ook geen verrassing dat bij het bereiken van de volgende haven Liverpool verscheidene zeelieden om hun geld vragen en ervoor kiezen aan land te gaan, overtuigd dat het schip vervloekt is.
Met een vervangende bemanning wordt de reis voltooid en eind 1959 wordt het schip verkocht aan de walvisvloot van Noorwegen. Daar begint de ellende pas goed.

Eerst zijn er een aantal problemen met de generatoren. Wanneer deze gerepareerd zijn blijkt er een pijpleiding olie te lekken in de drinkwatervoorraad. Vervolgens gaat de compressor van de hoofdmotor kapot waardoor de Chieftain enkele dagen op drift is.
Wanneer de compressor is gerepareerd, scheurt het roer op zo'n wijze dat ze op sleeptouw genomen moet worden naar de nabije haven van Montevideo voor reparatie. Tijdens het slepen explodeert de boiler ruimte en breekt er een heftige brand uit. Een aantal bemanningsleden verdrinken wanneer ze van boord springen om aan de vlammen te ontkomen. Volgens sommige zeelui gaat het om degenen die de albatros hebben gedood. Het schip is verdoemd.

De Highland Chieftain loopt ter plekke aan de grond en zakt langzaam dieper weg in de modder tot alleen nog de toppen van haar masten te zien zijn. Zo ligt ze jaren voor de haven van Montevideo, als een trieste schim van de majestueuze stomer die ze ooit was.

Hartelijke groet, Cindy